Lucy & Jude in the sky with diamonds
Om met een eufemisme van jewelste te beginnen: musicals zijn niet bepaald ons kopje thee. Personages die telkens weer spontaan in zingen uitbarsten, waarna vaak nog eens de hele omgeving mee begint te kwelen, we zullen het allicht nooit helemaal begrijpen. Om maar te zeggen: dat we Across The Universe (intussen meer dan twee jaar oud) zo lang links lieten liggen, heeft een gegronde reden. Maar dan komt daar het moment waarop je toch zwicht. En het kan deels aan het verwachtingspatroon gelegen hebben, maar kijk eens aan: we hebben er toch wel keihard van genoten zeker?

Het (al te?) eenvoudige liefdesverhaal wordt geruggesteund door de prachtige beelden.
Het concept van Across The Universe is best eigenaardig en misschien nog best te zien als een combinatie van het beste van Moulin Rouge (het eenvoudige maar krachtige liefdesverhaal), Hair (de hippies en protestbewegingen uit de sixties) en Mamma Mia! (het schrijven van verhaallijnen in functie van de bestaande songs en niet omgekeerd). Al moeten we bij dat laatste wel een kanttekening maken. Across The Universe put namelijk uit het oeuvre van de Beatles in plaats van ABBA en tot spijt van wie het benijdt: zowel kwanitatief als kwalitatief geeft dat de regisseur onnoemelijk meer mogelijkheden. Neem nu ‘I Want You (She’s So Heavy)’: niet meteen hun grootste hit, maar wel een pareltje én perfect als achtergrond bij de dienstplicht voor de Vietnamoorlog (de link met Uncle Sam, weet u wel). Bovendien is er niet al te nadrukkelijk geprobeerd om de bekendste Beatles-nummers een plaats te geven in de film. Enkel ‘Let It Be’ wordt ons een beetje in de strot geramd in een onnodige sequens over rassenrellen. Er is echter geen spoor van bijvoorbeeld het vooraf in onze ogen onvermijdelijk geachte ‘Yesterday’ of ‘A Day In The Life’. Het pleit voor de scenaristen dat ze bij momenten moedig genoeg waren om dergelijke makkelijke keuzes uit de weg te gaan.
Een pluim ook voor de casting: de tot dan toe vrijwel onbekende Londenaar Jim Sturgess is subliem als Jude (inderdaad ja), een jongeman die de oversteek naar Amerika maakt om zijn vader te zoeken, een soldaat die Jude’s moeder ontmoette tijdens WO II. Sturgess kent u inmiddels mogelijk ook van de hippe casinothriller 21, maar hier is hij in zijn doorbraakrol een pak beter op dreef. Met zijn platte Britse tongval weet hij de songs een oprechtheid mee te geven die in de meeste musicals én in vele Beatlessongs ver te zoeken is. Hoe geweldig de Fab Four ook waren op in hun meest experimentele momenten, ze brachten natuurlijk ook onwaarschijnlijk stroperige popdeuntjes uit. Sturgess slaagt er echter in om zelfs ‘All You Need Is Love’ af te breken tot zijn meest breekbare essentie. Petje af. Love interest Lucy (merk ook hier weer de referentie op) krijgt met Rachel Evan Wood een veel minder geslaagde keuze. Wood heeft een behoorlijk mooie musicalstem, maar klinkt zo braaf en glad dat ze er nooit in slaagt enig gevoel op te wekken bij het publiek. Ze heeft gelukkig wel een excuus: de songs die zij bedeeld kreeg, zijn van de meest stroperige die de Beatles ooit voorbrachten (en dat wil wat zeggen). Enkel ‘Blackbird’ springt er wat dat betreft bovenuit, meteen ook het sterkste moment van Wood in de hele film.
De andere personages blijven wat meer op de achtergrond en zijn lang niet zo interessant (we zien onder meer een flauwe Jimi Hendrix-wannabe), de cameo’s zijn dat daarentegen wél. Ook hier niets dan referenties naar de Beatles, hun nummers en het tijdperk waarin ze destijds vertoefden: we zien onder meer een soort Yoko Ono langskomen. Zowat alle cameo’s vallen op zijn minst bizar te noemen. Bono leidt een bus hippies op een soort LSD-trip van de west- naar de oostkust, onze favoriete komiek Eddie Izzard speelt een surreële Mr. Kite uit het gelijknamige nummer, Joe Cocker zingt vanuit drie karikaturale personages ‘Come Together’ (en doet dat wondermooi). Allemaal best leuk, al kunnen we zelden zeggen dat ze ook echt een meerwaarde vormen (en al zeker niet voor het verhaal). Maar dat zal regisseur Julie Taymor worst wezen.

Onze vooroordelen over musicals én moderne kunst kregen een ferme dreun te verwerken.
Taymor heeft zich immers eens goed uitgeleefd met dit curiosum. Ze beperkt zich dan ook niet tot het aaneenrijgen van de nummers, maar gaat naarmate de film vordert cinematografisch steeds meer de experimentele toer op. Wat dat zoal inhoudt, bekijkt u best zelf eens. Het culmineert wat ons betreft in ieder geval in één van de meest memorabele scènes van de laatste jaren: ‘Strawberry Fields Forever’ doet eerst dienst als verwoording van een relatiecrisis (het kunstwerk met de ‘bloedende’ aardbeien is oogstrelend mooi) en gaat vervolgens over naar de bombardementen in Vietnam, waar aardbeien dan weer de plaats van de bommen innemen. Goed, de vormexperimenten zijn hit and miss, maar Taymor is duidelijk op de goede weg en bracht een heel verfrissend stukje cinema uit. Across The Universe lijkt op dat vlak wat op de indiehit van dit jaar, (500) Days Of Summer. En dat kan alleen maar een compliment zijn.
Ondanks het feit dat de vele sideplots vaak onnodig het centrale verhaal naar de achtergrond duwen (wat de carrière van zangeres/huisbazin Sadie in deze film doet, is ons nog steeds een raadsel), blijf je als kijker toch de hele tijd geboeid kijken. Er is dan ook zo veel om je ogen de kost te geven, dat je zelden stilstaat bij waar de film nu eigenlijk naartoe gaat. En wie zich toch een moment zou vervelen, kan nog altijd een poging doen alle culturele referenties op te sporen. Het zijn er verdorie meer dan in Inglourious Basterds, willen we wedden. Voor ons had Across The Universe naast dit alles nog een beangstigende dimensie. Musicals boren we vaak (terecht) de grond in, maar na Moulin Rouge en Sweeney Todd zien we hier op enkele jaren tijd een derde wonderlijk geslaagde, originele invulling van het door ons zo verwenste genre. Zijn er dan toch geen zekerheden meer?
Tijs Vanderstappen
Filed under: Cult | Leave a Comment »








.png)



